Feest in Lamego en verder richting Coimbra

7 en 8 september

Tijd is een relatief begrip in Portugal. Dat merken we zaterdag 7 september zeker in het in feeststemming verkerende Lamego. We komen door dit op 15 kilometer van Regua liggende stadje als we op weg zijn naar Coimbra.
We willen er stoppen om de kerk Senhora dos Remedios te bekijken, die geldt als Portugals mooiste rococokerk en – net als de Bom Jesuskerk bij Braga – een enorm lange toegangstrap heeft.  Deze is nog mooier, want de meeste terrassen zijn versierd met azulejos, tegeltableaus met  religieuze voorstellingen.





Het blijkt een drukte van belang in Lamego, want de stad viert het jaarlijkse bedevaartfeest. Al die mensen zijn overigens niet allemaal bedevaartgangers maar ook gewoon feestvierders. Want aan het eigenlijke feest met als hoogtepunt de processie op zondagmiddag, gaan allerlei wereldse feestelijkheden vooraf. Deze dag is er onder meer een grote optocht, zo horen we op de kleine camping vlakbij de kerk, waar we de camper noodgedwongen neerzetten, omdat de camperplaats bij de kerk nauwelijks bereikbaar is.

Als slakkern-met-ons-huis-bij-ons zijn we nergens aan gebonden; we veranderen daarom onze plannen en blijven een nachtje in Lamego om de optocht te zien. Die begint om 16.00 uur, althans, zo staat het in het programma. Rond 14.00 uur begint zich al een nerveuze bedrijvigheid af te tekenen langs de route. Zigeunerachtige types verkopen viskrukjes om op te zitten en de eerste mensen posteren zich aan de stoeprand. 


Wij vinden rond half drie een strategisch plekje op een terras en halen ons eerste biertje (á een euro). Dan begint het  grote wachten.  Het wordt half vier, vier uur en er verzamelen zich steeds meer mensen. Nog maar een biertje. Het wordt half vijf. Horen we al iets in de verte? Vijf uur, nog steeds niets. Nog weer een half uur en een biertje later, gaan we ons afvragen of dit een complot is van de zigeunerachtige types. Moeten zij misschien eerst alle stoeltjes hebben verkocht voordat de optocht van start gaat? Uiteindelijk, kwart voor zes, horen we het eerste tromgeroffel en dan ontrolt zich een carnavalachtige optocht voor ons. 








Langzaam komen de groepen en praalwagens voorbij, telkens stil houdend voor korte optredens. Na ruim een uur is de stoet eindelijk gepasseerd en begeeft iedereen zich naar  het met kraampjes en stalletjes aangeklede feestterrein.

Ons wacht dan nog de klim van 680 treden weer omhoog, naar de kerk, waar onze camping immers vlakbij ligt. Met ons lopen meer feestgangers die trappen op of af. Slechts enkele bedevaartgangers herinneren ons aan het eigenlijke religieuze feest. Zij bezoeken devoot de kerk. Een enkeling beklimt als ultieme boetedoening al die treden op de knieën.



Hoewel de processie op zondagmiddag dé hoofdattractie van het feest is, waarbij een groot Mariabeeld de stad wordt rondgedragen, hebben we geen zin om weer uren langs de kant te zitten wachten.  We rijden  daarom deze zondag via  de schilderachtige N2 en IP3 door richting Coimbra en houden halt op een kleine SVR-camping in Brejo, niet ver van Tabua, zo’n 50 kilometer ten oosten van Coimbra. Het jonge Nederlandse stel, dat de camping met ruime, vrije plaatsen beheert, ontvangt ons allerhartelijkst. Meer van deze camping is toevallig te zien op zaterdag 14 september in het TV-programma Ik Vertrek.

Wij hebben deze twee dagen 180 kilometer gereden. Overnacht op camping in Lamego en op Parque de Campismo Quinta do Porto in Brejo.   


Rustdag in Quinta do Porto

Maandag 9 september

Ledigheid is des duivels oorkussen. We weten het maar  na alle kerken van de laatste tijd gunnen we de duivel nu wel z’n kussentje.
We doen dus een dagje helemaal niks en zitten lekker bij de camper in de schaduw van een eucalyptusboom van de rust, de stilte en de lekkere warmte te genieten. We zijn de enige gasten op deze kleine en charmante camping. Het is er eenvoudig maar de gastvrijheid is hartverwarmend. Graag gunnen we deze aardige mensen wat meer klandizie. Dus, als speciale tip voor de liefhebbers  van dit soort authentieke campinkjes: neem een low-budgetvlucht naar Porto, huur een autootje en ga hier in Midden-Portugal in een van de drie huurcaravans een weekje onthaasten. In de omgeving is genoeg moois te zien.




We overnachten nog steeds op Parque de Campismo Quinta do Porto in Brejo, vlakbij Tabua.  Het weer is mooi en zonnig, tussen de 25 en 30 graden. Wel koelt het ’s avonds rap af, evenals het om half negen donker is.


Coimbra - universiteit en fado

Dinsdag 10 september

Wat Oxford is in Engeland  en de Sorbonne in Parijs, dat is Coimbra in Portugal. In Coimbra staat Portugals oudste en lange tijd enige universiteit.  Ooit in 1290 gesticht in Coimbra en een paar keer verhuisd naar Lissabon en weer terug, is de universiteit in ieder geval sinds 1537 in  Coimbra gehuisvest. Het is daarmee een van de oudste universiteiten van Europa. De stad en de instelling zelf zijn trots op die ouderdom en koesteren de tradities. Een daarvan is het zwart/witte uniform van de studenten en de bijbehorende zwarte cape. Gekleurde linten aan de boekentas laten zien aan welke faculteit je studeert: geel voor medicijnen, paars voor farmacie, blauw voor menswetenschappen etc. Het begin en het einde van het studiejaar gaan gepaard met feesten en rituelen. Studenten vertellen de verhalen graag als ze toeristen aanspreken  om artikelen te verkopen om die feesten te bekostigen. Het moet bijzonder zijn om in deze stad met zijn nauwe opgaande straatjes en trappen te studeren en in je zwarte cape over het grote plein bij de oude universiteit te lopen. Ook al zijn er inmiddels tal van nieuwe gebouwen bijgekomen,  het oude gebouw meet zijn monumentale trappen en gangen, zijn toren en zijn kapel is nog steeds in gebruik. Pronkstuk is de prachtige bibliotheek met beschilderde plafonds, immens hoge boekenkasten, vergulde pilaren en tienduizenden boeken. Bezoekers mogen er tien minuten in maar ook hier geldt weer, dat er jammer genoeg niet mag worden gefotografeerd.









Nauw met de universiteit verbonden is in Coimbra de eigen versie van fado-gezangen. De fado-liederen worden hier altijd vertolkt door mannen. Een van de tradities is dat mannen een serenade brengen aan een meisje en onder haar raam een liefdeslied zingen. Vindt zij het mooi dan knippert ze driemaal met haar lamp . . .De fadozang is ook een onderdeel van het grote studentenfeest in mei, als honderden studenten samendrommen voor de oude kathedraal, gehuld in hun zwarte capes.  Een groep studenten en oud-studenten probeert deze fado-tradities levend te houden en geeft onder de naam Fado ao Centro ieder avond om 18.00 uur een voorstelling van een uur. Ze vertonen er foto’s bij en vertellen over de traditie. Na afloop krijg je een glaasje port. 


We hebben genoten van deze vrolijke, romantische versie van fadozang.

We hebben vandaag  62 kilometer gereden. Overnachten doen we op de vlakbij de rivier en de voetgangersbrug gelegen camperplaats in Coimbra. De afstand tot de stad is tien minuten lopen. Het is vandaag warmer dan 30 graden.


Naar Fatima en Tomar

Woensdag 11 september

En ja dan Fatima.
We rijden er vanaf Coimbra – nog steeds met vermijding van de tolweg – in zo’n anderhalf uur naar toe. Fatima is dé pelgrimsplaats en heilige plaats van Portugal. Hier zouden drie herderskinderen op 13 mei 1917 Maria hebben gezien en vervolgens nog eens op de 13e van de volgende vier maanden, waarbij Maria de laatste keer drie voorspellingen zou hebben gedaan. Op de plaats van de verschijning is nu een kapel  en vlakbij is een kerk gebouwd met – net als bij het Sint Pietersplein – half  rondgaande balustraden. Het enorme plein voor de kerk heeft afmetingen als van het Sint Pietersplein. Er wordt gebeden, er worden kaarsen met armen vol letterlijk gestookt (en niet zachtjes opgebrand) en ook hier zijn er pelgrims, die op hun knieën naar de kerk kruipen. Als niet-katholieken kijken we het allemaal met een mengeling van verbazing, gêne en scepsis aan.  






Onnodig te zeggen dat in het dorp Fatima de souvenirwinkeltjes met Maria-beelden in alle soorten en maten zich aaneen rijgen.  Hoewel het morgen de 13e is en die belangrijke datum gepaard gaat met een processie,  laten we die aan ons voorbij gaan.


We rijden door naar het zo’n 40 kilometer oostwaarts gelegen Tomar, een lief plaatsje  met een aardige hoofdstraat en een mooi plein. Morgen bekijken we hier het kasteel.


Overnachten doen we op de Camping Municipal in Tomar. We hebben vandaag 126 kilometer gereden. Het is vandaag heel warm, meer dan 35 graden.  

Burchten en kloosters in Tomar en Batalha

Donderdag 12 september

De zon staat weer hoog aan de hemel en eigenlijk lijkt het te warm om het hoog boven Tomar uittorende enorme complex van burcht, kloosters en kerk te bekijken, dat eens de vesting was van de tempeliers. Maar dat valt enorm mee. Die vroegere ridders, geestelijken en koningen bouwden niet alleen prachtig maar creëerden met hun metersdikke muren ook koele en schaduwrijke onderkomens. We dwalen dan ook met  plezier enige uren door de zalen en galerijen en bewonderen het fraaie raam van het klooster.









De nieuw IP9 brengt ons vervolgens 45 kilometer westwaarts, naar Batalho. In die plaats staat ook al weer een enorm klooster met kerk. Het geldt als een van de meesterwerken van de gotiek en is zeer uitbundig versierd met allerlei torentjes, beelden, ranken en kantachtige randen. We kijken ons ogen uit. Het is nog steeds warm maar ook hier is het binnen weer heerlijk koel.  In de kerk geeft het zonlicht gekleurde strepen op de pilaren. Er is een prachtig versierde kloostergang en een bijzonder plafond. Als klap op de vuurpijl is er de onvoltooide kapel met een schitterend versierde toegangspoort. Het is onvoorstelbaar hoeveel vakwerk hier ooit door ambachtslieden is geleverd.








Ons toegangskaartje is ook nog geldig voor het klooster van Alcobaca maar dat bewaren we nog even. We rijden nog eens 25 kilometer naar het westen en zijn dan in het kustplaatsje Nazaré. Hier vinden we een plaatsje op Orbiturcamping  Valado.

We hebben vandaag 75 kilometer gereden. Het weer blijft zonnig en warm, tot 35 graden.


Nazaré

Vrijdag 13 september

De camping ligt een paar kilometer van Nazaré en de weg er naar toe is steil, bochtig en druk. Kortom, niet prettig om te fietsen. Er rijdt wel een bus maar zeer onregelmatig. Een taxi brengt uitkomst: die rijdt ons voor 4 euro midden in het stadje en zet ons af bij de overdekte markt. Nazaré blijkt verder een echt toeristisch badplaatsje met een strand, een boulevard en straatjes vol souvenirwinkeltjes en restaurantjes. 







In één ervan zien we onze kans schoon om – eindelijk – gegrilde sardientjes te eten. Een kabeltreintje brengt ons naar een hoog op een rots gelegen stadsdeel. Ook hier wordt het beeld voornamelijk bepaald door winkeltjes vol toeristenzut. Maar het uitzicht op het strand van Nazaré vergoedt veel. Alles bij elkaar hebben we het hier met een dagje wel gezien.


Het weer is warm, boven de 30 graden.

Alcobaca, Obidas, Ericeria, Mafra

Zaterdag en zondag, 14 en 15 september

Een zwerfauto, zo noemen Belgen een camper en deze dagen maken we die benaming zeker waar. We zwerven zaterdagmorgen laat weg uit Nazaré naar het zo’n 15 kilometer naar het oosten liggende  Alcobaca. Hier ligt na Tomar en Batalha het derde klooster op rij. Het is een enorm klooster met in het midden een kerk. We raken een beetje blasé van al het moois dat we al hebben gezien, want eigenlijk vinden we dit klooster na dat in Batalha weliswaar wel groot maar ook een beetje eenvoudig. De kerk herbergt wel de prachtig bewerkte graven van Prins Pedro en zijn vrouw Ines. Pedro’s vader liet de geliefde vrouw van zijn zoon vermoorden. 

Na dit droevige verhaal rijden we zuidwaarts naar Obidos. Dit is een toeristen trekkend geheel ommuurd stadje, dat schilderachtig tegen een berg is geplakt. We lopen er de hoofdstraat door en keren via hellinkjes en trappetjes terug naar onze camper. Een wandeling over de gladde stenen van de stadsmuur vinden we (zonder railing) te griezelig.






Zondag zwerven we verder, nu weer een beetje westwaarts naar de kaap en vuurtoren van Peniche. Daarna voert de N247 onze vlak langs de kust naar Ericeira. Ook dit is weer zo’n vissersplaats, die het inmiddels vooral van de toeristen moet hebben. Vissersbootjes zijn er nog wel, al liggen ze deze zondagmiddag allemaal netjes op het droge bij de haven geparkeerd. 






En verder gaan we weer, naar Mafra. Daar staat ook al weer zo’n enorm, wat protserig aandoend koninklijk paleis. Verder dan een blik vanaf het enorme plein ervoor komen we niet, want Mafra blijkt niet op campers te rekenen. 


We kunnen althans geen goed plaatsje voor ons slakkenhuis vinden. Bovendien is de zondag al ver om en rest ons ook wel erg weinig tijd om deze kolos te bekijken. We besluiten Mafra te laten voor wat het is en rijden zo’n 25 kilometer door naar het zuiden, naar Sintra.

We hebben deze dagen respectievelijk 52 en 130 kilometer gereden. We vinden een plaatsje voor de nacht op de camperplaats in Obidos,  vlakbij het aquaduct, op een steenworp afstand van de toegangspoort van het stadje. In Sintra komen we terecht op de gedoogplaats op de parkeeerplaats Parque do Porto aan de Azinhaga da Sardinha, op 250 meter van het centrum.

De dagen beginnen bewolkt, al breekt ’s middags de zon wel door. De temperatuur is gezakt tot 22 tot 25 graden